Een avondje aan zee

 

18 november 2002

 

 

Bea en Zee 

De heer Zee - u kunt hem in het dorpje vinden in het prachtige scheepje in de haven - nodigde mij enige tijd geleden uit voor een kopje thee. Dit aanbod aanvaarde ik volgaarne, daarbij echter bedingend dat ik zou wachten tot een waarlijk stormachtige avond. Niets is mij immers liever dan het deinen op de golven, zo mogelijk aangevuld met bliksemflitsen en het rommelen van de donder. Na het bezoek zou ik de heer Zee enige notities doen toekomen, notities die ik altijd van bijzondere ervaringen maak. Ik laat deze aantekeningen hier voor hem achter, wetende dat hij deze plaats spoedig zal bezoeken voor het tot zich nemen van een, naar ik aanneem, hoogst noodzakelijke hartversterking .......

Lieve heer Zee,

U bent me er eentje! Welk een genoeglijke avond, wat zeg ik, nacht heeft u me bezorgd, want het werd wel een latertje, geloof ik.
Wat duurde het wachten op de beloofde storm me lang! Telkens als de wind even aanwakkerde verheugde ik me op wat er komen zou, de rillingen van verwachting trokken door me heen, en dan gisteren, eindelijk zette het door, de takken zwiepten vervaarlijk, de luiken voor de ramen van mijn huisje rammelden en door een enkel open plekje tussen de zwarte wolken zag ik een glimp van de bijna volle maan. Met het eerste gedonder in de verte inspecteerde ik voor de laatste maal mijn kleedje en spoede me met bonzend hart, want ik was toch wel een beetje zenuwachtig voor zo een eerste bezoekje, naar de haven.
U stond me zowaar al op te wachten! Toen ik uw loopplank op schuifelde, dat valt niet mee als je het niet gewend bent, zo'n zwaaiend smal en glad plankje en dan nog die wind, sloeg u direct al zo stevig uw heerlijk sterke schippersarmen om me heen, om me te behouden voor een voortijdig natte bips. Ik moet er niet aan denken, dat koude water. Aanvallen van onder, daar is bij het ontwerpen van mijn kleedje niet aan gedacht moet u weten ... Nou, eigenlijk rekende u daar wel op, geloof ik nu.
Eenmaal in uw kajuit, waar die lieve scheepskat zulke heerlijke kopjes gaf tegen mijn been, was het, ook door de fraaie inrichting, en zeker door uw voorkomendheid, direct reuze gezellig. U zet werkelijk een verrukkelijk kopje thee. Toen we overgingen op iets sterkers, die zalige warme chocolademelk van u, kwam de stemming er echt in. U kunt zo boeiend vertellen, van die verhalen waar je het op zo een prettige manier echt warm van krijgt. Ik geloof warempel dat mijn tepeltjes af en toe meeluisterden, ze leken me tenminste knap nieuwsgierig. En u heeft zelfs ook gepubliceerd, liet u zich ontvallen! Een dezer dagen zal ik me naar de bibliotheek spoeden en een boek van u zien te bemachtigen. Alweer een heerlijk vooruitzicht! Heel galant ook van u om u geleidelijk te ontdoen van trui, borstrok en hoe al die speciale schipperskleding ook mag heten. Ik hecht er zo aan om op voet van gelijkheid te kunnen converseren, dan is het ook zoveel directer te constateren wanneer een gevoelige snaar geraakt wordt.
Dank ook voor de bijzonder leerzame rondleiding! U nam me zo charmant bij de hand en zo hoefden we niet zoveel te zeggen, even een kneepje en we begrepen elkaar. Bij een bepaalde foto aan de wand vertoefden we wat langer. Bijzonder fraai in beeld gevangen, twee mensen die doen als één. Heel geraffineerd mag ik wel zeggen, al had ik het gevoel toch iets te missen. Het beeld was zo statisch, terwijl de stemming die het beeld weergaf toch beslist een zekere beweging suggereerde, tenminste dat zei een bepaald ontluikend gevoel in me. Toen ik u dat noemde, kwam werkelijk uw aller charmantste aard naar voren. U zei dat u het precies zo aanvoelde en u wilde wel proberen te demonstreren hoe het volgens u gegaan zou zijn, of ik dat op prijs zou kunnen stellen? Meneer Zee, met alle soorten van genoegen, dat spreekt.
Daarop sloeg u zo liefelijk uw armen om me heen en hield me net zo tegen u aan als op de foto, uw stoere borsthaar zo lekker kriebelend tegen me aan. Alweer die tepeltjes! U vermoedde zeker dat ik wat slapjes in de benen werd, want u was zo attent me van onder ook een steuntje te geven. Ik moet een gilletje geslaakt hebben, waarvan u denk ik dacht dat het de schrik van de bliksem was, want uw beschermende omarming werd nog steviger en u wiegde me enigszins heen en weer, alsof u me wilde troosten. Heel aangenaam, kan ik u verklappen, al begrijp ik niet waar ineens die, eh ... ja het leek wel een soort massage olie, vandaan kwam, want het voelde zo zalig gladjes allemaal, waardoor dat heen en weer wiegen steeds lekkerder werd. Ook werd ik verrast door wat wel leek een derde tepeltje dat zijn kop op stak toen dat even werd beroerd. Zeker, ik kirde van tevredenheid, maar weer moet u gedacht hebben dat het de schrik van de bliksem was. U tilde me een stukje op om me nog steviger te omvatten, zo lief van u. Voorzichtig liet u me weer ietsje afdalen en toen leek het wel of het steuntje weg was, maar toch ook niet, het voelde zo anders, maar wel lekker hoor, alsof het gevoel van binnenuit kwam.
Het moet voor u wel erg vermoeiend geweest zijn, u begon tenminste nogal te steunen en te zuchten en toen ik mijn hand op uw borst legde voelde ik hoe snel uw hart tekeer ging. Toch had u nog de energie om me bij mijn bips op te tillen en geholpen door de steeds nog toenemende deining van uw scheepje me zachtjes op en neer te wiegen. Om uw last te verlichten sloeg ik mijn armen maar om uw hals en mijn benen om de uwe. Mijn hoofd ruste tegen uw schouder en zo merkte ik pas goed hoezeer uw ademhaling versnelde. Na nog weer zo een heftige donderklap was het deze keer u die, nou gilletje ... neen, meer een brul slaakte, waarbij u, leek het wel, van boven tot onder schokte. Nu drukte ik me nog maar eens extra stevig tegen u aan, u leek ineens zo teer en het was net of uw levenssappen overstroomden naar mij, zo een wonderbaarlijke extase ging er door me heen. Na een poosje moest u me wel weer neer zetten, het steuntje hielp niet zo goed meer en ook mijn armen en benen waren wat slapjes geworden. De storm wakkerde nog meer aan en uw scheepje ging wel erg tekeer, net zoals ik dat zo graag wilde, maar eigenlijk konden we maar met moeite overeind blijven, al hielden we elkaar nog zo goed vast. U had gelukkig net bijtijds de oplossing. Of ik uw kooi zou willen bezichtigen? Dan konden we even gaan liggen. Of u mijn liefste wens geraden had! Hè, lekker plat op mijn zij, en u tegen mijn rug aan. Ja, ook nu moest u me nog vast houden, zo schommelde het. Handig toch die borstjes, het pakt net even iets steviger. En alwéér die tepeltjes. U weet er zo vaardig puntjes aan te draaien. Door het deinen en wiegen kwam mijn bips wel eens met uw onderbuik in aanraking. Dat vond u geloof ik niet zo erg, want het was af en toe net of u me een extra duwtje gaf. Nou, dat kon ik ook! Daardoor dacht u zeker dat ik bang was uit de kooi te vallen, want u draaide me op mijn rug en ging heel beschermend op me liggen, een beetje steunend op uw ellebogen en net een beetje op mijn borstjes, alsof het kussentjes waren, met uw handen zo lief om mijn hoofd gelegd. Uw benen lagen gevangen tussen de mijne en toen u langzaam uw heupen op de mijne liet zakken, verraste u me weer op dat wonderlijke gevoel, waarvan je denkt dat het diep uit jezelf komt, maar wat ook voelt alsof er iets diep in je komt. Ook voor u moet het knap eenerveremd zijn geweest, want stil liggen kon u niet. Vooral uw heupen wilden maar niet tot rust komen, zelf niet toen ik maar zo brutaal was mijn handen op uw - stevige, dat moet gezegd - billen te leggen om te proberen u te kalmeren. Hoe ferm ik u ook tegen me aan probeerde te drukken, u gaf dan wel even toe, maar steeds weer ging u even omhoog, om dan later met een zucht u weer te laten zakken. Nou, het gaf niets hoor, zonder dat ik er veel aan kon doen ging ik meebewegen, maar om u een beetje te plagen net in tegengestelde richting. Dat vond u wel wat geloof ik, want nu ging uw hele lichaam meedoen en het mijne trouwens ook, moet u weten. O, wat ging dat tekeer, het deinen van uw scheepje was er niets bij. Ik wist niet dat je zo met zijn tweetjes zelf zo een geweldige storm kan nabootsen.
Maar nu moet ik u iets vreselijks opbiechten. Hoe het verder ging weet ik niet, echt niet. Kan het de chocolademelk geweest zijn? Zat daar misschien iets in? Heeft u mij naar huis moeten dragen? Och heden, het spijt me. Een complete black-out moet ik gehad hebben, van de kaart, weg, niets! Ik zal toch hoop ik niet iets leerzaams hebben gemist? Vanochtend werd ik heerlijk verkwikt wakker in mijn eigen bedje, lekker onder de wol, een beetje nagloeiend op de plekjes waar ik gisteren al dat wonderlijke voelde, zodat ik moeite had deze niet met mijn hand nader te onderzoeken, maar dat doet een dame nu eenmaal niet!
Al met al, een heel geslaagde avond, heer Zee. Ik ben u zeer erkentelijk. Misschien kunt u me later het genoegen doen bij mij een kopje te komen nuttigen. Maar dan moeten we het niet zo laat maken, hoor. Mijn buurtjes, hè ...

Uw toegenegen Bea

Zee

Dit wordt vooralsnog de meest curieuze aantekening in mijn scheepslogboek. Dit boekwerk blijf ik koesteren en bewaren, onverbrekelijk verbonden met dit schip; dit in tegenstelling tot de almanak, die heb ik aan de Golf van Genot toevertrouwd. Het is toch echt morgen pas volle maan, de getijdentafel klopt niet meer - er is hier iets vreemds aan de hand......
Net zoals gisteren; had ik nou de meteorenstorm meegemaakt of niet? Sterren en flitsen schoten door het zwerk van mijn moeizaam functionerende brein. Met bonkend hoofd wankelde ik naar de kapiteinshut. Meteen merkte ik op dat het scheepslog van zijn plaats was gehaald - en wat stak daar voor lichtgeel velletje papier tussen de bladzijden...? Zo vond ik uw notities, bewonderenswaardige Bea. Welk een vondst, wat een schat - in elke betekenis van dit woord. Ik had het niet na kunnen vertellen, op deze wijze, dit invoelend... ik kan echter, met aangescherpt brein, met het oog op een zo zorgvuldig mogelijke vastlegging - want daar is het scheepslog voor - een aantal zaken aanreiken, ter invulling en kleuring.
Voorwaar, hoe aangenaam uw komst, de thee, onze conversatie; hoe oogstrelend uw verschijning, in alle opzichten. Hoe zinnenprikkelend vervat in iets, waarvan elke beschrijving in woorden hopeloos tekortschiet. Waren mijn blikken zo onverholen? Ik kan emoties goed voor me houden, maar mijn meest gevoelige plek wist u feilloos te vinden, met uw verzengende ogen, alsmede met uw betoverende aanrakingen. En hoe groot de afstand tussen hoofd en hart is, moge blijken uit de rondgang die we maakten langs al het schoons aan de kajuitwanden; Wist mijn stem zich te bewaren, en ik vol enthousiasme een kunstwerk te tonen - mijn lichaam reageerde instinctief op uw fysieke nabijheid. Toen we de houtsnede van Katsushika Hokusai bekeken hadden - weet u het nog, de parelduikster die door een octupus bemind wordt, diep onder de wateroppervlakte, ten zeerste bezeten en zich vol overgave allerwegen compromisloos openstellend voor de talrijke liefdevolle tentakels, haar hoofd in extase achterover, dit alles op een wiegend bed van zeewier - en wij onze ogen op de volgende afbeelding richtten, was niet slechts het afgebeelde koppel tot een eenheid versmolten, maar wij ook.
Mijn vingers volgden elke contour van het gezicht voor me, en elke lijn bracht me nader, verhoogde de spanning; waar ik uw lippen bevoelde, weken zij vaneen; hoe mijn lippen de uwe teder vastnamen, proevend en verkennend; tongen die aanvankelijk omzichtig de grenzen aftastten, elkaar puntig tegemoet kwamen - maar alras in een lustvolle dans verwikkeld raakten, elkaars monden indrinkend, elkaars adem inademend, benemend. Waar mijn handen ook gleden, overal leek mijn regentes te gloeien, mee te geven. Knoppen botten uit onder de geringste aanraking, uw kelk bloeide open, vloeide rijkelijk, voegde zich naar elke vorm, waaronder opkomend de mijne. En hoe we ook bewogen, het ging synchroon en als vanzelf, een perfecte eenparige beweging.
En waar uw herinnering oplost in het niets, geef ik graag een aanvulling voorzover mijn eigen herinnering dat toelaat. Ik denk dat we in slaap waren gevallen, murw en moe van de doorstane storm. In ieder geval ontwaakte ik eerder, gewekt door het geluid van het anker wellicht. Deze slipt wat bij opkomende vloed ziet u. In het weinige maanlicht dat door de patrijspoorten scheen, kon ik uw contouren vagelijk waarnemen, op de zij slapend, met opgetrokken benen, een arm gestrekt onder uw hoofd, de ander gevouwen over de borsten. In het maanschijnsel lichtte een zekere plek op uw lichaam zilverig op. Ik kon niet anders dan deze hemeltergende slapende schoonheid strelen met mijn handen, de vormen volgen en in mijn geheugen prenten. Evenmin kon ik de aandrang weerstaan met mijn gezicht langs deze vormen te glijden, met mijn haren over schouders en taille te strijken, met mijn lippen de donkere schaduwen volgen, met mijn tong de ziltige zoetheid proeven, lippen langs lippen, de vochtig opwellende diepte ertussen verkennen en liefderijk binnendringen. Zo verwelkomend uw reactie, slapend of niet: een zucht ontsnapte uw mond, een lichte huivering voer door uw ledematen, benen verschoven en spreidden lichtjes, om mijn toetreden te vergemakkelijken.
Na de verkenning volgde de omsingeling: mijn handen gleden langs buikdalen en borstenheuvels, vonden de trots rijzende spitsen, omvatten deze kozend; mijn gezicht vastgewrikt tussen uw dijen, mijn blonde steile haar gevlijd over de krullerige delta onderaan uw buik; mijn lippen versmolten met die van u, welke niet spreken, doch des te meer laven, in een tijdloos lange kus. Mijn tong vond het andere knopje, omcirkelde het, klakte zachtjes tegen de basis, gleed erlangs omlaag, terug de diepte in, langs de bovenzijde omhoogkrullend, daar wat talmen om tenslotte plaats te maken voor mijn popelende vingers, die dieper konden reiken en heviger wilden voelen. Ik sloot mijn mond om de parel, nu de oester zich maximaal geopend had. Zachtjes zoog ik me vast en liet mijn tong over de gevoelige top dansen, synchroon met het ritme van mijn vingers, 1, 2, 3.... Even een lichte verbazing, toen ik plots uw eigen hand over mijn wang voelde strijken, mijn haren vastpakkend, me dichter op uw venusheuvel drukkend. Zou dit ook nog in uw slaap gebeuren, of in wakende toestand? Ik kon geen glinstering van ogen ontwaren. Edoch, ook uw heupen reageerden, wipten op met elke haal van mijn vingers, om ze blijkbaar nog dieper te ontvangen, hetgeen mijn andere hand in staat stelde om onder u te glijden, mee te helpen met elk hipje van uw onderlichaam, billen liefkozend te omvatten, en het holler worden van uw rug te voelen. Ik liet niet af, als men lek slaat moet men hozen, dan is er geen weg terug. Zo ook nu niet; in het juiste ritme, door uw eigen lichaam gedirigeerd, orkestreerde ik met alle instrumenten mij ter beschikking een grande finale, welhaast een kakafonie van lage grommen, hoge fluitjes, hese stoten en rauwe kreunen.
Waarna een oorverdovende stilte intrad, waarin plots het klotsen van het water rond het schip weer te horen was. Ik zag dat het ochtendgloren nabij was, en dat uw ogen nog immer geloken waren. Wat kon ik anders doen, na deze uitermate uit de hand gelopen theevisite, dan met de grootst mogelijke omzichtigheid u optillen, uw lichaam hullen in warme dekens en stilletjes naar huis dragen, uw vermoedelijk droomrijke slaap niet verstorend. Het was een ongehoord aangenaam samenzijn; en dan te bedenken, dat het nog volle maan moest worden. Hemelzwerk, wat een meteorenstorm al niet vermag.
Ik neem uw uitnodiging voor een kopje graag aan, om te zien of alles goed met u is - en om te zien wat voor moois en inspirerends u allemaal aan de muur heeft hangen. Met dit mooie vooruitzicht moet ik het scheepslog onder tekenen; voorwaar een curieuze toevoeging aan het logboek van de Liefde, waarvoor ik u, Bea, ten diepste erkentelijk ben.

Bea

Bijzonder lieflijke meneer Zee, hoe heb ik me in u vergist! Waar ik eerst dacht dat uw handelen vooral gestuurd werd door uw brein, is me nu wel al te duidelijk geworden dat uw hart, wanneer het er werkelijk op aan komt, van nog veel grotere invloed is en dat u zulks bij bijzondere gebeurtenissen ook zo overtuigend laat blijken.
Hoe dankbaar ben ik u niet voor de citaten uit uw logboek. Nu ik uw herinnering tot mij neem - over welk een prikkelende en waarlijk beeldende stijl beschikt trouwens uw pen - moet ik u bekennen dat bepaalde gevoelens die ik tijdens mijn sluimertoestand niet bewust heb mogen ervaren, me alsnog in alle hevigheid vervullen. Uw vingers zijn niet slechts uiterst bekwaam in het sturen van uw pen, neen, hun geoefendheid brengt mij alsnog in extase. En daarenboven, uw mond spreekt niet uitsluitend in uw woorden, wat mij thans haast al teveel wordt, maar uw lippen en tong weten daarbij de allerzoetste accenten te plaatsen en wel op precies de juiste tijd en plaats. Kortom, het door u zo behoedzaam verzorgde lek is weer in alle hevigheid open gesprongen. En dat alles vanwege één kopje thee! Hoe wonderlijk toch.
Nu al kijk ik verlangend uit naar uw tegenbezoekje. Zou het u zo tegen de volgende volle maan schikken? Ja, ik weet het, dat duurt nog haast onmenselijk lang, maar mijn drukke werkzaamheden hè, ik kan niet te vaak in zo een sluimertoestand geraken. En zegt de volkswijsheid, zoals ik die laatst hoorde, niet: "To travel hopefully is better than to arrive"? Al moet ik hier, na onze recente ervaring, direct aan toevoegen dat ik ernstig begin te twijfelen aan de wijsheid van het volk.

Uw leergierige Bea

P.S. Stelt u zich van mijn interieur (van mijn huisje bedoel ik) nog niet al te veel voor. Het is heel sober ingericht, elke wandversiering ontbreekt nog en ik heb zelf niet de gelegenheid daar binnenkort iets aan te doen. Ik mis ook uw kunstzinnige aanleg, vrees ik. Al wat ik u kan bieden ben ik zelf ...

Zee

Uw woorden doen mijn welhaast blozen. Welzeker schikt het mij de volgende maan, ik zie er met groot genoegen naar uit!

Zoals Van Morrison al zong: It ain't why, it just is.

Gezien uw huiselijke inrichting permitteer ik me een kleine brutaliteit: Wellicht is het een idee als ik mijn fotocamera meeneem, om te pogen het eeuwige geheim van ware schoonheid op film te vatten, mogelijkerwijs met als resultaat een reproduceerbare foto, ter opluistering van uw interieur - een interieur waar ik denkelijk minder aandacht voor zal hebben dan voor u.

In blijde afwachting, nog immer nasoezend, met een steelse kus in uw nek,
Zee

Bea

Dank u voor die kus. Steels, maar beslist niet vluchtig! Ik wrijf telkens nog even over dat plekje, als om zo uw lippen te beroeren en de warmte te voelen die werd achtergelaten.
Een camera obscura, wat een lumineus idee! Brutaal? Zeker niet. Uw ratio wordt immer meer door uw hart gedreven, welk een vreugde schenkt mij dat. Denkt u - vergeef me enige vrijpostigheid - dat u ook bij machte zou zijn ons samen op één plaat vast te leggen? Ik stel het me nu al voor, een prachtige beeltenis, een haast tastbare herinnering, met - zo durf ik te vermoeden - als priemend onderschrift: "Caught in the act ..."
Ook een kusje terug, voor bij het nasoezen.
Uw, de dagen aftellende, Bea

Zee

Geen idee waarde Bea, of ik daartoe bij machte ben, gezien de (on)voorziene omstandigheden - maar ik kan natuurlijk altijd een handig hulpstuk meenemen, welke zijn nut meermalen bewezen heeft: een camerastatief.
Ik vermag te hopen op een venster in uw huis, welke mooi hoog noorderlicht ontvangt; in dit verband - alsmede vanwege mijn afkeer van kunstlicht - lijkt het mij raadzaam dat wij onze fotopogingen bij daglicht ten uitvoer brengen... een koele ochtend na een vollemaansnacht, dat zou ideaal zijn. Ik verheug me immer te meer!

Een streling door uw haar, een kus achter uw oor, Uw Zee

 

de ochtend

Zee

Logboek De Liefde, kerst 2002

Inderdaad Bea, de nacht was ons; treffender als reeds door uw pen beschreven kan ik het niet verwoorden. Wat echter een vermeldenswaardige aanvulling op uw relaas kan zijn - een relaas welke bij herlezing wederom de meest heftige doch aangename effecten op mijn fysiek gestel had - is hetgeen wij tot stand brachten na het gezamenlijk ontwaken. Nu ja, gezamenlijk... ik was iets eerder wakker en genoot, zoals eerder beleefd, van de aanblik die u mij slapend bood, in al uw schoonheid in het vroege ochtendlicht.
Zoals u weet en middels de maanfoto gezien hebt, had ik mijn camera mee. Het eerdere ontwaken bood mij de gelegenheid het ding uit de vestibule te gaan halen, waar de fototas nog over de trapleuning hing. En hoe het in dat grijze ochtendlicht, vaal als mist maar helder als sneeuw, als vanzelf van fotospel in liefdesspel overging, met stijgend enthousiasme van ons beiden. Dat u in het vuur van het lustvol wakker worden even misgreep, en mijn statief met het camerastatief verwarde, was overigens uitermate grappig, om niet te zeggen een heerlijkheid van de eerste orde, nadat u het juiste statief ter hand nam (uw lippen om mijn geheven lid, uw tong langs de gevoelige rand, uw handen om mijn scrotum, zo zacht, uw haren over mijn onderbuik gedrapeerd, nog zachter… hoe ik ontroerd neerzag op uw liefderijk kozen van mijn lichaam, me volkomen begeerd te weten, ook op dat altijd tot schuchterheid leidende erecte punt).

Dezelfde camera gaf ons de illusie van een derde oog op ons, naast onze eigen beschouwing. Een stille getuige, welke merkwaardigerwijs een bijzonder opwindende stimulans bleek. Misschien wel een abstractie van het derde oog, gelijk het nachtelijk samensmelten, welke ook de sensatie van een buiten onszelf treden gaf, het iets dat ons ritme stuurde, onze heupen leidde, onze ledematen dirigeerde. De camera als extra perspectief... Uw handen en knieën op het bed steunend, het hoofd in overgave achterover geworpen; waar ik uw rug zag krommen, uw billen als halve manen in het strijklicht mijn erectie zinderend van opwinding zag omsluiten – daar zag de camera twee lichamen in tegenlicht aaneengeklonken, tot een opwindende sculptuur in clair obscur: een kluwen van ledematen, rondingen, golven en dalen, waaierend haar, klauwende handen, stotende heupen. En waar wij elkaar in de glorende schemering in de ogen keken, mijn handen om uw borsten gevat, trots en hoog boven me uittorenend, uw handen hakend in uw haren – daar zag ons derde oog uw gejaagd rijzen en dalen, in volstrekt zwart/wit, diep zakkend over mijn op knappen staande lid, hoog rijzend tot de top u bijna ontsnappen zou, uw bekken cirkelend om de vuurgloed in het centrum, wilder en sneller, om tenslotte neer te zijgen, in een overbelichte afdruk van een helderwitte hemel, met een zwarte lichaamscontour als horizon.

De werkelijkheid is onbarmhartig; anders dan in de bovenstaande woorden zijn onze gezamenlijk gemaakte foto’s niet reproduceerbaar. Echter Bea, ik wilde toch een poging wagen een idee te geven van ons derde oog, zoals op die mooie grijze morgen aanwezig in ons midden, voor uw visueel begrip - en hopelijk ter langdurige genotvolle streling uwer zinnen. Hiertoe heb ik vrijelijk geciteerd uit het oeuvre van door mij gewaardeerde meesters als Philippe Guillaume, Brad Wallis, Tony Ward en Gabriël Rigon (excuses voor het knip- en plakwerk, maar ik wil in dezen citeren, niet dupliceren, noch plagiëren). Deze collage heb ik (tijdelijk) neergehangen op:

http://www.geocities.com/bouwkeetprikbord/ochtend.html

Waarmee ik u verlaat, met het voornemen u in het volgende jaar mee uit wandelen te nemen, langs de mooie randen van ons dorp – maar ook dichtbij; we moeten uw buurtjes toch nodig eens opheldering verschaffen.

 

Bea
Lieve heer Zee,

Wellicht staat u me toe nog een laatste kleine aanvulling op uw logboek jaargang 2002 aan te reiken. Uw prachtige beschrijving van die ochtend, haast nog uitbundiger en volmaakter dan de nacht, en zo uitermate passend op de gevoelige plaat vastgelegd, noopt mij daartoe. Door uw woorden en beelden komen de momenten van gelukzalige verrukking telkens weer bij me terug, waardoor ik niet anders kan dan diezelfde plekjes van mijn lichaam die u telkens tot bloei wist te brengen met mijn vingers te beroeren, als ware het uw vingers en uw lid. Zo komen de foto's tot leven, wordt elk hoogtepunt me weer gewaar, ja bijna voel ik uw laatste uitstorting zich weer hechten aan mijn borst ....

Rest mij u een jaarwisseling in vrede toe te wensen. Dat uw logboek zich in 2003 mag laten vullen met alle hoogtepunten zoals u die zich wenst.

Uw nog na genietende Bea