|
|
Tiroler zwembroek |
|
|
(Dolende in het dorp) Ik heb er een en bied hem graag aan in verband met verhuizing. Daarnaast drie paar sokken en een mohair overjas, tweedehands, alsmede een campingbed, helaas zonder ondergrond, twee stoelen waarvan één nauwelijks bezeten, een drachtige poes (eventueel te ruilen voor zangkanarie), zes bierviltjes uit de oude doos, een knalpot, opgewerkt als sierornament en een vers struikgewas.
|
|
(Collega zwerver) Een zangkanarie heb ik wel, maar wat moet ik met een drachtige poes? Een Tiroler zwembroek heb ik altijd al willen hebben, dus toen ik dat zag kwam ik er gelijk op af, maar het is zeker een package deal? Wel jammer, want dat campingbedje kwam toevallig ook wel goed uit (ik heb namelijk wel een ondergrond, die ik pas nog weg wilde gooien omdat ik er toch geen bestemming voor had), en die mohair overjas, nou ja, die kan ik altijd aan de pastoor wel kwijt. Die sokken interesseren me niet zo, maar had ik er dan eventueel nog wel bij willen nemen. Die knalpot kan wel naast de stereo staan en voor dat struikgewas, als het echt vers is tenminste, weet ik ook wel een bestemming.
|
|
(Dolende in het dorp) Zie je wel, die rotpoes! Ik was er al bang voor. Maar heb nog eens gekeken en met die drachtigheid valt het goed beschouwd wel mee. Scheelt dat misschien? Ik wil inderdaad het liefst in één keer van de hele reut af, want waar ik kom ben ik klein behuisd: niet meer dan een schuurtje, dat was alles wat in het dorp nog te krijgen was, zei de juffrouw van de Dienst der Domeinen. Vlak echter de Jeukterp, misschien ken je het wel, nou: eigenlijk meer ín de Jeukterp, daar zit een soort kruipgat, dat wordt het voorlopig. Daar kan ik alleen wel wonen, helaas is er geen plaats voor mijn vrouw. Daarom dacht ik: zo’n kanarie, zeker als hij zingt, die maakt er nog wat van.
|
|
(Collega zwerver) Sorry, die spijkerbroek doet mij niets en het gaat mij niet om de dracht, maar om de poes as such. Ik ben niet zo van de poes. Dat ze op je schoot komen zitten om te snorren, ik heb nogal een gevoelige schoot. Die kanarie gun ik je wel, daar gaat het niet om. En zingen: God save our gracious Queen (toepasselijk dacht ik) en twee coupletten van Bouwfraude cum laude (maar die is ook nog maar net uit). Daarom alleen al. Die bierviltjes, dat is geen probleem, zeker niet nu ik de achtergrond ken. Stoelen, daarvan heb ik er zelf vier en met die knalpot wordt het toch al zo vol. Nee, ik denk niet dat ik dat red.
|
|
(Dolende in het dorop) Nou goed, dan doen we die stoelen eruit. Een oom van mijn vrouw heeft elephantiasis, daar dacht ik pas later aan, voor die stoel zonder zitting dan. Hij moet nu als hij de straat opgaat altijd een kruiwagen meenemen om dat hele geval van hem mee te torsen. Had ik eerder moeten bedenken, maar ik zie hem ook niet zo vaak. Die andere stoel, ik zal proberen of ik hem door dat gat kan krijgen. De spijkerbroek, oké, die blijf ik dan gewoon dragen. Het was ook meer een lokkertje voor die kanarie. Dan blijven we nog met die poes zitten. Snorren doet ze niet en een schoot zoekt ze alleen bij vrouwen. Zelf denk ik dat ze lesbisch is. Daarom wil mijn vrouw haar ook niet houden als ik weg ben, want ze zegt: twee poezen in huis zonder kater, dat geeft alleen maar gedonder voor later. Nee, ik snap hem ook niet.
|
|
(Collega zwerver) Dat werpt een ander licht op de zaak: een lesbische poes die niet zo drachtig is als je eerst dacht en, naar ik begrijp, mijn schoot met rust zal laten. Ik denk dat we er nu ver uit zijn. Lijkt me het beste dat je de spullen thuis laat staan en dat ik ze bij je vrouw ophaal. Neem ik voor haar ook nog wel iets leuks mee. Die kanarie breng ik dan daarna wel naar de Jeukterp. Dat is voor mij maar een klein eindje vanaf de Scrotumsteeg.
|
|
(Hanneke) Ho, ho, ho! Ik bied gewoon meer voor die lesbische poes. En ik ben er ook eerder, via het Platjespadje.
|
|
(Dolende in het dorp) Maar heb jij ook een zingende kanarie? Kijk, daar gaat het mij om!
(Hanneke)
|
|
(De dolende, thans holbewoner) Behalve een kater, gekwelde ziel, heb ik ook nog altijd een poes. Ik had er niet meer over willen beginnen, mijn ziel in lijdzaamheid willen bezitten in dit, mijn hol, maar nu ik je ijle stem hoor klinken, tot over de Venusberg heen, loopt mijn herte over. Hij die zich een collega noemde heeft mij deerlijk om de tuin geleid. De poes die ik voor hem had bestemd bevindt zich thans mijn mede in mijn krappe hol in stede van de zangkanarie die mij was toegezegd. Ik vrees dat de onverlaat zich thans zingend vermaakt met een andere poes, minder lesbisch en wellicht nu ook wel drachtig. Is ’t een wonder dat ik er dan even het zwijgen toe doe? |
|
© Zwerver |
|