|
De heer Zee - u kunt hem in het dorpje vinden in het
prachtige scheepje in de haven - nodigde mij enige tijd geleden uit voor
een kopje thee. Dit aanbod aanvaarde ik volgaarne, daarbij echter
bedingend dat ik zou wachten tot een waarlijk stormachtige avond. Niets
is mij immers liever dan het deinen op de golven, zo mogelijk aangevuld
met bliksemflitsen en het rommelen van de donder. Na het bezoek zou ik
de heer Zee enige notities doen toekomen, notities die ik altijd van
bijzondere ervaringen maak. Ik laat deze aantekeningen hier voor hem
achter, wetende dat hij deze plaats spoedig zal bezoeken voor het tot
zich nemen van een, naar ik aanneem, hoogst noodzakelijke
hartversterking .......
Lieve heer Zee,
U bent me er eentje! Welk een genoeglijke avond, wat
zeg ik, nacht heeft u me bezorgd, want het werd wel een latertje, geloof
ik.
Wat duurde het wachten op de beloofde storm me lang! Telkens als de wind
even aanwakkerde verheugde ik me op wat er komen zou, de rillingen van
verwachting trokken door me heen, en dan gisteren, eindelijk zette het
door, de takken zwiepten vervaarlijk, de luiken voor de ramen van mijn
huisje rammelden en door een enkel open plekje tussen de zwarte wolken
zag ik een glimp van de bijna volle maan. Met het eerste gedonder in de
verte inspecteerde ik voor de laatste maal mijn kleedje en spoede me met
bonzend hart, want ik was toch wel een beetje zenuwachtig voor zo een
eerste bezoekje, naar de haven.
U stond me zowaar al op te wachten! Toen ik uw loopplank op schuifelde,
dat valt niet mee als je het niet gewend bent, zo'n zwaaiend smal en
glad plankje en dan nog die wind, sloeg u direct al zo stevig uw
heerlijk sterke schippersarmen om me heen, om me te behouden voor een
voortijdig natte bips. Ik moet er niet aan denken, dat koude water.
Aanvallen van onder, daar is bij het ontwerpen van mijn kleedje niet aan
gedacht moet u weten ... Nou, eigenlijk rekende u daar wel op, geloof ik
nu.
Eenmaal in uw kajuit, waar die lieve scheepskat zulke heerlijke kopjes
gaf tegen mijn been, was het, ook door de fraaie inrichting, en zeker
door uw voorkomendheid, direct reuze gezellig. U zet werkelijk een
verrukkelijk kopje thee. Toen we overgingen op iets sterkers, die zalige
warme chocolademelk van u, kwam de stemming er echt in. U kunt zo
boeiend vertellen, van die verhalen waar je het op zo een prettige
manier echt warm van krijgt. Ik geloof warempel dat mijn tepeltjes af en
toe meeluisterden, ze leken me tenminste knap nieuwsgierig. En u heeft
zelfs ook gepubliceerd, liet u zich ontvallen! Een dezer dagen zal ik me
naar de bibliotheek spoeden en een boek van u zien te bemachtigen.
Alweer een heerlijk vooruitzicht! Heel galant ook van u om u geleidelijk
te ontdoen van trui, borstrok en hoe al die speciale schipperskleding
ook mag heten. Ik hecht er zo aan om op voet van gelijkheid te kunnen
converseren, dan is het ook zoveel directer te constateren wanneer een
gevoelige snaar geraakt wordt.
Dank ook voor de bijzonder leerzame rondleiding! U nam me zo charmant
bij de hand en zo hoefden we niet zoveel te zeggen, even een kneepje en
we begrepen elkaar. Bij een bepaalde foto aan de wand vertoefden we wat
langer. Bijzonder fraai in beeld gevangen, twee mensen die doen als één.
Heel geraffineerd mag ik wel zeggen, al had ik het gevoel toch iets te
missen. Het beeld was zo statisch, terwijl de stemming die het beeld
weergaf toch beslist een zekere beweging suggereerde, tenminste dat zei
een bepaald ontluikend gevoel in me. Toen ik u dat noemde, kwam
werkelijk uw aller charmantste aard naar voren. U zei dat u het precies
zo aanvoelde en u wilde wel proberen te demonstreren hoe het volgens u
gegaan zou zijn, of ik dat op prijs zou kunnen stellen? Meneer Zee, met
alle soorten van genoegen, dat spreekt.
Daarop sloeg u zo liefelijk uw armen om me heen en hield me net zo tegen
u aan als op de foto, uw stoere borsthaar zo lekker kriebelend tegen me
aan. Alweer die tepeltjes! U vermoedde zeker dat ik wat slapjes in de
benen werd, want u was zo attent me van onder ook een steuntje te geven.
Ik moet een gilletje geslaakt hebben, waarvan u denk ik dacht dat het de
schrik van de bliksem was, want uw beschermende omarming werd nog
steviger en u wiegde me enigszins heen en weer, alsof u me wilde
troosten. Heel aangenaam, kan ik u verklappen, al begrijp ik niet waar
ineens die, eh ... ja het leek wel een soort massage olie, vandaan kwam,
want het voelde zo zalig gladjes allemaal, waardoor dat heen en weer
wiegen steeds lekkerder werd. Ook werd ik verrast door wat wel leek een
derde tepeltje dat zijn kop op stak toen dat even werd beroerd. Zeker,
ik kirde van tevredenheid, maar weer moet u gedacht hebben dat het de
schrik van de bliksem was. U tilde me een stukje op om me nog steviger
te omvatten, zo lief van u. Voorzichtig liet u me weer ietsje afdalen en
toen leek het wel of het steuntje weg was, maar toch ook niet, het
voelde zo anders, maar wel lekker hoor, alsof het gevoel van binnenuit
kwam.
Het moet voor u wel erg vermoeiend geweest zijn, u begon tenminste nogal
te steunen en te zuchten en toen ik mijn hand op uw borst legde voelde
ik hoe snel uw hart tekeer ging. Toch had u nog de energie om me bij
mijn bips op te tillen en geholpen door de steeds nog toenemende deining
van uw scheepje me zachtjes op en neer te wiegen. Om uw last te
verlichten sloeg ik mijn armen maar om uw hals en mijn benen om de uwe.
Mijn hoofd ruste tegen uw schouder en zo merkte ik pas goed hoezeer uw
ademhaling versnelde. Na nog weer zo een heftige donderklap was het deze
keer u die, nou gilletje ... neen, meer een brul slaakte, waarbij u,
leek het wel, van boven tot onder schokte. Nu drukte ik me nog maar eens
extra stevig tegen u aan, u leek ineens zo teer en het was net of uw
levenssappen overstroomden naar mij, zo een wonderbaarlijke extase ging
er door me heen. Na een poosje moest u me wel weer
neer zetten, het steuntje hielp niet zo goed meer en ook mijn armen en
benen waren wat slapjes geworden. De storm wakkerde nog meer aan en uw
scheepje ging wel erg tekeer, net zoals ik dat zo graag wilde, maar
eigenlijk konden we maar met moeite overeind blijven, al hielden we
elkaar nog zo goed vast. U had gelukkig net bijtijds de oplossing. Of ik
uw kooi zou willen bezichtigen? Dan konden we even gaan liggen. Of u
mijn liefste wens geraden had! Hè, lekker plat op mijn zij, en u tegen
mijn rug aan. Ja, ook nu moest u me nog vast houden, zo schommelde het.
Handig toch die borstjes, het pakt net even iets steviger. En alwéér
die tepeltjes. U weet er zo vaardig puntjes aan te draaien. Door het
deinen en wiegen kwam mijn bips wel eens met uw onderbuik in aanraking.
Dat vond u geloof ik niet zo erg, want het was af en toe net of u me een
extra duwtje gaf. Nou, dat kon ik ook! Daardoor dacht u zeker dat ik
bang was uit de kooi te vallen, want u draaide me op mijn rug en ging
heel beschermend op me liggen, een beetje steunend op uw ellebogen en
net een beetje op mijn borstjes, alsof het kussentjes waren, met uw
handen zo lief om mijn hoofd gelegd. Uw benen lagen gevangen tussen de
mijne en toen u langzaam uw heupen op de mijne liet zakken, verraste u
me weer op dat wonderlijke gevoel, waarvan je denkt dat het diep uit
jezelf komt, maar wat ook voelt alsof er iets diep in je komt. Ook voor
u moet het knap eenerveremd zijn geweest, want stil liggen kon u niet.
Vooral uw heupen wilden maar niet tot rust komen, zelf niet toen ik maar
zo brutaal was mijn handen op uw - stevige, dat moet gezegd - billen te
leggen om te proberen u te kalmeren. Hoe ferm ik u ook tegen me aan
probeerde te drukken, u gaf dan wel even toe, maar steeds weer ging u
even omhoog, om dan later met een zucht u weer te laten zakken. Nou, het
gaf niets hoor, zonder dat ik er veel aan kon doen ging ik meebewegen,
maar om u een beetje te plagen net in tegengestelde richting. Dat vond u
wel wat geloof ik, want nu ging uw hele lichaam meedoen en het mijne
trouwens ook, moet u weten. O, wat ging dat tekeer, het deinen van uw
scheepje was er niets bij. Ik wist niet dat je zo met zijn tweetjes zelf
zo een geweldige storm kan nabootsen.
Maar nu moet ik u iets vreselijks opbiechten. Hoe het verder ging weet
ik niet, echt niet. Kan het de chocolademelk geweest zijn? Zat daar
misschien iets in? Heeft u mij naar huis moeten dragen? Och heden, het
spijt me. Een complete black-out moet ik gehad hebben, van de kaart,
weg, niets! Ik zal toch hoop ik niet iets leerzaams hebben gemist?
Vanochtend werd ik heerlijk verkwikt wakker in mijn eigen bedje, lekker
onder de wol, een beetje nagloeiend op de plekjes waar ik gisteren al
dat wonderlijke voelde, zodat ik moeite had deze niet met mijn hand
nader te onderzoeken, maar dat doet een dame nu eenmaal niet!
Al met al, een heel geslaagde avond, heer Zee. Ik ben u zeer
erkentelijk. Misschien kunt u me later het genoegen doen bij mij een
kopje te komen nuttigen. Maar dan moeten we het niet zo laat maken,
hoor. Mijn buurtjes, hè ...
Uw toegenegen Bea
Zee
Dit wordt vooralsnog de meest curieuze aantekening in
mijn scheepslogboek. Dit boekwerk blijf ik koesteren en bewaren,
onverbrekelijk verbonden met dit schip; dit in tegenstelling tot de
almanak, die heb ik aan de Golf van Genot toevertrouwd. Het is toch echt
morgen pas volle maan, de getijdentafel klopt niet meer - er is hier
iets vreemds aan de hand......
Net zoals gisteren; had ik nou de meteorenstorm meegemaakt of niet? Sterren
en flitsen schoten door het zwerk van mijn moeizaam functionerende
brein. Met bonkend hoofd wankelde ik naar de kapiteinshut. Meteen merkte
ik op dat het scheepslog van zijn plaats was gehaald - en wat stak daar
voor lichtgeel velletje papier tussen de bladzijden...? Zo vond ik uw
notities, bewonderenswaardige Bea. Welk een vondst, wat een schat - in
elke betekenis van dit woord. Ik had het niet na kunnen vertellen, op
deze wijze, dit invoelend... ik kan echter, met aangescherpt brein, met
het oog op een zo zorgvuldig mogelijke vastlegging - want daar is het
scheepslog voor - een aantal zaken aanreiken, ter invulling en kleuring.
Voorwaar, hoe aangenaam uw komst, de thee, onze conversatie; hoe
oogstrelend uw verschijning, in alle opzichten. Hoe zinnenprikkelend
vervat in iets, waarvan elke beschrijving in woorden hopeloos
tekortschiet. Waren mijn blikken zo onverholen? Ik kan emoties goed voor
me houden, maar mijn meest gevoelige plek wist u feilloos te vinden, met
uw verzengende ogen, alsmede met uw betoverende aanrakingen. En hoe
groot de afstand tussen hoofd en hart is, moge blijken uit de rondgang
die we maakten langs al het schoons aan de kajuitwanden; Wist mijn stem
zich te bewaren, en ik vol enthousiasme een kunstwerk te tonen - mijn
lichaam reageerde instinctief op uw fysieke nabijheid. Toen we de
houtsnede van Katsushika Hokusai bekeken hadden - weet u het nog, de
parelduikster die door een octupus bemind wordt, diep onder de
wateroppervlakte, ten zeerste bezeten en zich vol overgave allerwegen
compromisloos openstellend voor de talrijke liefdevolle tentakels, haar
hoofd in extase achterover, dit alles op een wiegend bed van zeewier -
en wij onze ogen op de volgende afbeelding richtten, was niet slechts
het afgebeelde koppel tot een eenheid versmolten, maar wij ook.
Mijn vingers volgden elke contour van het gezicht voor me, en elke lijn
bracht me nader, verhoogde de spanning; waar ik uw lippen bevoelde,
weken zij vaneen; hoe mijn lippen de uwe teder vastnamen, proevend en
verkennend; tongen die aanvankelijk omzichtig de grenzen aftastten,
elkaar puntig tegemoet kwamen - maar alras in een lustvolle dans
verwikkeld raakten, elkaars monden indrinkend, elkaars adem inademend,
benemend. Waar mijn handen ook gleden, overal leek mijn regentes te
gloeien, mee te geven. Knoppen botten uit onder de geringste aanraking,
uw kelk bloeide open, vloeide rijkelijk, voegde zich naar elke vorm,
waaronder opkomend de mijne. En hoe we ook bewogen, het ging synchroon
en als vanzelf, een perfecte eenparige beweging.
En waar uw herinnering oplost in het niets, geef ik graag een aanvulling
voorzover mijn eigen herinnering dat toelaat. Ik denk dat we in slaap
waren gevallen, murw en moe van de doorstane storm. In ieder geval
ontwaakte ik eerder, gewekt door het geluid van het anker wellicht. Deze
slipt wat bij opkomende vloed ziet u. In het weinige maanlicht dat door
de patrijspoorten scheen, kon ik uw contouren vagelijk waarnemen, op de
zij slapend, met opgetrokken benen, een arm gestrekt onder uw hoofd, de
ander gevouwen over de borsten. In het maanschijnsel lichtte een zekere
plek op uw lichaam zilverig op. Ik kon niet anders dan deze
hemeltergende slapende schoonheid strelen met mijn handen, de vormen
volgen en in mijn geheugen prenten. Evenmin kon ik de aandrang weerstaan
met mijn gezicht langs deze vormen te glijden, met mijn haren over
schouders en taille te strijken, met mijn lippen de donkere schaduwen
volgen, met mijn tong de ziltige zoetheid proeven, lippen langs lippen,
de vochtig opwellende diepte ertussen verkennen en liefderijk
binnendringen. Zo verwelkomend uw reactie, slapend of niet: een zucht
ontsnapte uw mond, een lichte huivering voer door uw ledematen, benen
verschoven en spreidden lichtjes, om mijn toetreden te vergemakkelijken.
Na de verkenning volgde de omsingeling: mijn handen gleden langs
buikdalen en borstenheuvels, vonden de trots rijzende spitsen, omvatten
deze kozend; mijn gezicht vastgewrikt tussen uw dijen, mijn blonde
steile haar gevlijd over de krullerige delta onderaan uw buik; mijn
lippen versmolten met die van u, welke niet spreken, doch des te meer
laven, in een tijdloos lange kus. Mijn tong vond het andere knopje,
omcirkelde het, klakte zachtjes tegen de basis, gleed erlangs omlaag,
terug de diepte in, langs de bovenzijde omhoogkrullend, daar wat talmen
om tenslotte plaats te maken voor mijn popelende vingers, die dieper
konden reiken en heviger wilden voelen. Ik sloot mijn mond om de parel,
nu de oester zich maximaal geopend had. Zachtjes zoog ik me vast en liet
mijn tong over de gevoelige top dansen, synchroon met het ritme van mijn
vingers, 1, 2, 3.... Even een lichte verbazing, toen ik plots uw eigen
hand over mijn wang voelde strijken, mijn haren vastpakkend, me dichter
op uw venusheuvel drukkend. Zou dit ook nog in uw slaap gebeuren, of in
wakende toestand? Ik kon geen glinstering van ogen ontwaren. Edoch, ook
uw heupen reageerden, wipten op met elke haal van mijn vingers, om ze
blijkbaar nog dieper te ontvangen, hetgeen mijn andere hand in staat
stelde om onder u te glijden, mee te helpen met elk hipje van uw
onderlichaam, billen liefkozend te omvatten, en het holler worden van uw
rug te voelen. Ik liet niet af, als men lek slaat moet men hozen, dan is
er geen weg terug. Zo ook nu niet; in het juiste ritme, door uw eigen
lichaam gedirigeerd, orkestreerde ik met alle instrumenten mij ter
beschikking een grande finale, welhaast een kakafonie van lage grommen,
hoge fluitjes, hese stoten en rauwe kreunen.
Waarna een oorverdovende stilte intrad, waarin plots het klotsen van het
water rond het schip weer te horen was. Ik zag dat het ochtendgloren
nabij was, en dat uw ogen nog immer geloken waren. Wat kon ik anders
doen, na deze uitermate uit de hand gelopen theevisite, dan met de
grootst mogelijke omzichtigheid u optillen, uw lichaam hullen in warme
dekens en stilletjes naar huis dragen, uw vermoedelijk droomrijke slaap
niet verstorend. Het was een ongehoord aangenaam samenzijn; en dan te
bedenken, dat het nog volle maan moest worden. Hemelzwerk, wat een
meteorenstorm al niet vermag.
Ik neem uw uitnodiging voor een kopje graag aan, om te zien of alles
goed met u is - en om te zien wat voor moois en inspirerends u allemaal
aan de muur heeft hangen. Met dit mooie vooruitzicht moet ik het
scheepslog onder tekenen; voorwaar een curieuze toevoeging aan het
logboek van de Liefde, waarvoor ik u, Bea, ten diepste erkentelijk ben.
Bea
Bijzonder lieflijke meneer Zee, hoe heb ik me in u
vergist! Waar ik eerst dacht dat uw handelen vooral gestuurd werd door
uw brein, is me nu wel al te duidelijk geworden dat uw hart, wanneer het
er werkelijk op aan komt, van nog veel grotere invloed is en dat u zulks
bij bijzondere gebeurtenissen ook zo overtuigend laat blijken.
Hoe dankbaar ben ik u niet voor de citaten uit uw logboek. Nu ik uw
herinnering tot mij neem - over welk een prikkelende en waarlijk
beeldende stijl beschikt trouwens uw pen - moet ik u bekennen dat
bepaalde gevoelens die ik tijdens mijn sluimertoestand niet bewust heb
mogen ervaren, me alsnog in alle hevigheid vervullen. Uw vingers zijn
niet slechts uiterst bekwaam in het sturen van uw pen, neen, hun
geoefendheid brengt mij alsnog in extase. En daarenboven, uw mond
spreekt niet uitsluitend in uw woorden, wat mij thans haast al teveel
wordt, maar uw lippen en tong weten daarbij de allerzoetste accenten te
plaatsen en wel op precies de juiste tijd en plaats. Kortom, het door u
zo behoedzaam verzorgde lek is weer in alle hevigheid open gesprongen.
En dat alles vanwege één kopje thee! Hoe wonderlijk toch.
Nu al kijk ik verlangend uit naar uw tegenbezoekje. Zou het u zo tegen
de volgende volle maan schikken? Ja, ik weet het, dat duurt nog haast
onmenselijk lang, maar mijn drukke werkzaamheden hè, ik kan niet te
vaak in zo een sluimertoestand geraken. En zegt de volkswijsheid, zoals
ik die laatst hoorde, niet: "To travel hopefully is better than to
arrive"? Al moet ik hier, na onze recente ervaring, direct aan
toevoegen dat ik ernstig begin te twijfelen aan de wijsheid van het
volk.
Uw leergierige Bea
P.S. Stelt u zich van mijn interieur (van mijn huisje
bedoel ik) nog niet al te veel voor. Het is heel sober ingericht, elke
wandversiering ontbreekt nog en ik heb zelf niet de gelegenheid daar
binnenkort iets aan te doen. Ik mis ook uw kunstzinnige aanleg, vrees
ik. Al wat ik u kan bieden ben ik zelf ...
Zee
Uw woorden doen mijn welhaast blozen. Welzeker schikt
het mij de volgende maan, ik zie er met groot genoegen naar uit!
Zoals
Van Morrison al zong: It ain't why, it just is.
Gezien uw huiselijke inrichting permitteer ik me een
kleine brutaliteit: Wellicht is het een idee als ik mijn fotocamera
meeneem, om te pogen het eeuwige geheim van ware schoonheid op film te
vatten, mogelijkerwijs met als resultaat een reproduceerbare foto, ter
opluistering van uw interieur - een interieur waar ik denkelijk minder
aandacht voor zal hebben dan voor u.
In blijde afwachting, nog immer nasoezend, met een
steelse kus in uw nek,
Zee
Bea
Dank u voor die kus. Steels, maar beslist niet
vluchtig! Ik wrijf telkens nog even over dat plekje, als om zo uw lippen
te beroeren en de warmte te voelen die werd achtergelaten.
Een camera obscura, wat een lumineus idee! Brutaal? Zeker niet. Uw ratio
wordt immer meer door uw hart gedreven, welk een vreugde schenkt mij
dat. Denkt u - vergeef me enige vrijpostigheid - dat u ook bij machte
zou zijn ons samen op één plaat vast te leggen? Ik stel het me nu al
voor, een prachtige beeltenis, een haast tastbare herinnering, met - zo
durf ik te vermoeden - als priemend onderschrift: "Caught in the
act ..."
Ook een kusje terug, voor bij het nasoezen.
Uw, de dagen aftellende, Bea
Zee
Geen idee waarde Bea, of ik daartoe bij machte ben,
gezien de (on)voorziene omstandigheden - maar ik kan natuurlijk altijd
een handig hulpstuk meenemen, welke zijn nut meermalen bewezen heeft:
een camerastatief.
Ik vermag te hopen op een venster in uw huis, welke mooi hoog
noorderlicht ontvangt; in dit verband - alsmede vanwege mijn afkeer van
kunstlicht - lijkt het mij raadzaam dat wij onze fotopogingen bij
daglicht ten uitvoer brengen... een koele ochtend na een
vollemaansnacht, dat zou ideaal zijn. Ik verheug me immer te meer!
Een streling door uw haar, een kus achter uw oor, Uw
Zee
|
de ochtend
Zee
Logboek De Liefde, kerst 2002
Inderdaad Bea, de nacht was ons; treffender als reeds
door uw pen beschreven kan ik het niet verwoorden. Wat echter een
vermeldenswaardige aanvulling op uw relaas kan zijn - een relaas welke
bij herlezing wederom de meest heftige doch aangename effecten op mijn
fysiek gestel had - is hetgeen wij tot stand brachten na het gezamenlijk
ontwaken. Nu ja, gezamenlijk... ik was iets eerder wakker en genoot,
zoals eerder beleefd, van de aanblik die u mij slapend bood, in al uw
schoonheid in het vroege ochtendlicht.
Zoals u weet en middels de maanfoto gezien hebt, had ik mijn camera mee.
Het eerdere ontwaken bood mij de gelegenheid het ding uit de vestibule
te gaan halen, waar de fototas nog over de trapleuning hing. En hoe het
in dat grijze ochtendlicht, vaal als mist maar helder als sneeuw, als
vanzelf van fotospel in liefdesspel overging, met stijgend enthousiasme
van ons beiden. Dat u in het vuur van het lustvol wakker worden even
misgreep, en mijn statief met het camerastatief verwarde, was overigens
uitermate grappig, om niet te zeggen een heerlijkheid van de eerste
orde, nadat u het juiste statief ter hand nam (uw lippen om mijn geheven
lid, uw tong langs de gevoelige rand, uw handen om mijn scrotum, zo
zacht, uw haren over mijn onderbuik gedrapeerd, nog zachter… hoe ik
ontroerd neerzag op uw liefderijk kozen van mijn lichaam, me volkomen
begeerd te weten, ook op dat altijd tot schuchterheid leidende erecte
punt).
Dezelfde camera gaf ons de illusie van een derde oog
op ons, naast onze eigen beschouwing. Een stille getuige, welke
merkwaardigerwijs een bijzonder opwindende stimulans bleek. Misschien
wel een abstractie van het derde oog, gelijk het nachtelijk
samensmelten, welke ook de sensatie van een buiten onszelf treden gaf,
het iets dat ons ritme stuurde, onze heupen leidde, onze ledematen
dirigeerde. De camera als extra perspectief... Uw handen en knieën op
het bed steunend, het hoofd in overgave achterover geworpen; waar ik uw
rug zag krommen, uw billen als halve manen in het strijklicht mijn
erectie zinderend van opwinding zag omsluiten – daar zag de camera
twee lichamen in tegenlicht aaneengeklonken, tot een opwindende
sculptuur in clair obscur: een kluwen van ledematen, rondingen, golven
en dalen, waaierend haar, klauwende handen, stotende heupen. En waar wij
elkaar in de glorende schemering in de ogen keken, mijn handen om uw
borsten gevat, trots en hoog boven me uittorenend, uw handen hakend in
uw haren – daar zag ons derde oog uw gejaagd rijzen en dalen, in
volstrekt zwart/wit, diep zakkend over mijn op knappen staande lid, hoog
rijzend tot de top u bijna ontsnappen zou, uw bekken cirkelend om de
vuurgloed in het centrum, wilder en sneller, om tenslotte neer te
zijgen, in een overbelichte afdruk van een helderwitte hemel, met een
zwarte lichaamscontour als horizon.
De werkelijkheid is onbarmhartig; anders dan in de
bovenstaande woorden zijn onze gezamenlijk gemaakte foto’s niet
reproduceerbaar. Echter Bea, ik wilde toch een poging wagen een idee te
geven van ons derde oog, zoals op die mooie grijze morgen aanwezig in
ons midden, voor uw visueel begrip - en hopelijk ter langdurige
genotvolle streling uwer zinnen. Hiertoe heb ik vrijelijk geciteerd uit
het oeuvre van door mij gewaardeerde meesters als Philippe Guillaume,
Brad Wallis, Tony Ward en Gabriël Rigon (excuses voor het knip- en
plakwerk, maar ik wil in dezen citeren, niet dupliceren, noch plagiëren).
Deze collage heb ik (tijdelijk) neergehangen op:
http://www.geocities.com/bouwkeetprikbord/ochtend.html
Waarmee ik u verlaat, met het voornemen u in het
volgende jaar mee uit wandelen te nemen, langs de mooie randen van ons
dorp – maar ook dichtbij; we moeten uw buurtjes toch nodig eens
opheldering verschaffen.
Bea
Lieve heer Zee,
Wellicht staat u me toe nog een laatste kleine
aanvulling op uw logboek jaargang 2002 aan te reiken. Uw prachtige
beschrijving van die ochtend, haast nog uitbundiger en volmaakter dan de
nacht, en zo uitermate passend op de gevoelige plaat vastgelegd, noopt
mij daartoe. Door uw woorden en beelden komen de momenten van
gelukzalige verrukking telkens weer bij me terug, waardoor ik niet
anders kan dan diezelfde plekjes van mijn lichaam die u telkens tot
bloei wist te brengen met mijn vingers te beroeren, als ware het uw
vingers en uw lid. Zo komen de foto's tot leven, wordt elk hoogtepunt me
weer gewaar, ja bijna voel ik uw laatste uitstorting zich weer hechten
aan mijn borst ....
Rest mij u een jaarwisseling in vrede toe te wensen.
Dat uw logboek zich in 2003 mag laten vullen met alle hoogtepunten zoals
u die zich wenst.
Uw nog na genietende Bea
|